Ook zzp’er kan een beroep doen op het “no fee to wor­ker” prin­ci­pe van arti­kel 9 Waadi

ZZP & uitzending

Blog

Published 23 januari 2024 Reading time min Auteur Jeannet van Vleuten Labor & Employment

Intro­duc­tie
Het is niet toe­ge­staan om een fee te vra­gen aan arbeids­krach­ten om hen ter beschik­king te stel­len. Uit­zend­bu­reaus of deta­cheer­ders kun­nen de reke­ning voor hun dien­sten dus niet bij de uit­zend­krach­ten of gede­ta­cheer­den neer­leg­gen (arti­kel 9 van de Wet allo­ca­tie arbeids­krach­ten door inter­me­di­airs (Waadi). Dit wordt ook wel het “no fee to wor­ker” prin­ci­pe genoemd. Deze wet is een imple­men­ta­tie van arti­kel 6 lid 3 van de Euro­pe­se Richt­lijn 2008/104/EG (de Uit­zen­d­richt­lijn).

Het Euro­pees Hof van Jus­ti­tie heeft in 2016 in het arrest Ruhr­land­kli­nik al geoor­deeld dat de Uit­zen­d­richt­lijn geldt voor alle arbeids­krach­ten die werk­zaam zijn in een “arbeids­ver­hou­ding”. Daar­mee heeft de uit­zen­d­richt­lijn een bre­der toe­pas­sings­ge­bied dan alleen arbeids­krach­ten die werk­zaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst.Op basis van die rui­me­re inter­pre­ta­tie zou dit ook voor zzp’ers  kun­nen gel­den. Het hof Arn­hem-Leeu­war­den (ECLI:NL:GHARL:2023:2621) onder­streept die rui­me­re inter­pre­ta­tie in een recent gepu­bli­ceerd von­nis.

Wat was er aan de hand?
Een uit­le­ner en een zzp’er (werk­zaam in de zorg) zijn een over­een­komst van opdracht met elkaar over­een­ge­ko­men, op grond waar­van de zzp’er zijn werk­zaam­he­den voor de inle­ner ver­richt. In de over­een­komst van opdracht is een bemid­de­lings­toe­slag van 3,5% over­een­ge­ko­men, die werd inge­hou­den op de door de uit­le­ner aan de zzp’er betaal­de ver­goe­ding. De zzp’er stel­de dat deze afspraak in strijd was met de Waadi en aldus nie­tig was.De uit­le­ner voer­de aan dat geen spra­ke is van een arbeids­ver­hou­ding, zodat de Waadi niet van toe­pas­sing is en de afspraak dus wél gel­dig is.

In dit geval oor­deel­de eerst de recht­bank en later ook het hof dat de zzp’er recht had op vol­le­di­ge terug­be­ta­ling van de bemid­de­lings­ver­goe­ding. Het hof over­weegt ver­der het vol­gen­de.

Oor­deel hof
Het hof ver­wijst naar een uit­spraak van de Hoge Raad uit 2022 (ECLI:NL:HR:2022:751). Vol­gens de Hoge Raad kon een zzp’er werk­zaam op basis van een over­een­komst van opdracht met een uit­zend­bu­reau een beroep doen op arti­kel 9a Waadi (het belem­me­rings­ver­bod), omdat hij tegen een ver­goe­ding ter beschik­king werd gesteld aan de inle­nen­de instan­tie, maar alleen voor zover het om een per­soon gaat die in zijn ver­hou­ding tot het uit­zend­bu­reau niet wezen­lijk van een werk­ne­mer van het uit­zend­bu­reau ver­schilt.

Arti­kel 9a Waadi is een imple­men­ta­tie van arti­kel 6 lid 2 van de Uit­zen­d­richt­lijn, waar­door de Hoge Raad aan­sluit bij de defi­ni­ties uit deze richt­lijn. In onder­ha­vi­ge zaak gaat het ech­ter niet over arti­kel 9a Waadi (het belem­me­rings­ver­bod), maar arti­kel 9 Waadi (het no fee to wor­ker-prin­ci­pe). Arti­kel 9 Waadi vormt ech­ter ook een  imple­men­ta­tie uit de Uit­zen­d­richt­lijn, waar­door het hof ervoor kiest om ook in deze situ­a­tie aan te slui­ten bij de defi­ni­ties van de Uit­zen­d­richt­lijn.

Het hof oor­deel­de dat de rela­tie tus­sen de uit­le­ner en de zzp’er gekwa­li­fi­ceerd kan wor­den als een ter beschik­king gestel­de arbeids­kracht vol­gens arti­kel 9 Waadi. Hoe­wel de zzp’er niet op basis van een arbeids­over­een­komst werk­te voor de uit­le­ner, was er vol­gens het hof wel spra­ke van een arbeids­ver­hou­ding tus­sen hen. Dit werd onder­bouwd door het feit dat de zzp’er taken uit­voer­de voor en onder het gezag van de uit­le­ner, en dat de uit­le­ner niet puur func­ti­o­neer­de als een ‘mat­ching­tool’.

Het hof bena­druk­te dat de zzp’er ook werk­zaam was onder toe­zicht en lei­ding van de inle­ner, waar­on­der het opvol­gen van instruc­ties van lei­ding­ge­ven­den en vast per­so­neel. Een clau­su­le in de alge­me­ne voor­waar­den van de uit­le­ner, die stel­de dat de zzp’er expli­ciet niet onder de lei­ding en toe­zicht van de inle­ner zou wer­ken, deed niet ter zake – de fei­te­lij­ke situ­a­tie is wat telt.

Het hof con­clu­deer­de ook dat de zzp’er, op grond van de uit­ge­voer­de arbeid in Neder­land, bescher­ming geniet zoals bedoeld door de Hoge Raad in het hier­bo­ven genoem­de arrest. Dit ver­eis­te niet dat de arbeids­ver­hou­ding van de zzp’er iden­tiek was aan die van een werk­ne­mer van de uit­le­ner. Wel was het ver­eist dat de zzp’er een aan­tal rech­ten genoot die deels iden­tiek of gelijk­waar­dig waren aan die van per­so­nen gekwa­li­fi­ceerd als werk­ne­mers vol­gens Neder­lands recht.

Con­clu­sie
Kort­om, het hof beslis­te dat de uit­le­ner niet gerech­tigd was om een tegen­pres­ta­tie van de zzp’er te vra­gen voor het ter beschik­king stel­len van de dien­sten aan de inle­ner, con­form arti­kel 9 Waadi. De zzp’er had dan ook terecht de nie­tig­heid van deze con­trac­tu­e­le bepa­ling inge­roe­pen. Hier­mee werd beves­tigd dat de zzp’er recht heeft op vol­le­di­ge terug­be­ta­ling van de bemid­de­lings­ver­goe­ding. Heeft u hier­over vra­gen of twij­felt u of spra­ke kan zijn van strijd met de Waadi? Neem gerust con­tact met ons op!