Wets­voor­stel rechts­ver­moe­den arbeids­over­een­komst

Blog

Published 29 juni 2026 Reading time min Auteur Huub van Osch Labor & Employment

In meerdere blogs is het afge­lo­pen jaar door ons aan­dacht besteed aan de wet VBAR en de recen­te ont­wik­ke­lin­gen in de juris­pru­den­tie rond­om het ZZP-dos­sier. Met de ver­kie­zin­gen is het wet­ge­vingstra­ject dras­tisch gewij­zigd.

Op 16 juni 2026 heeft de Eer­ste Kamer het wets­voor­stel Wet invoe­ring rechts­ver­moe­den van een arbeids­over­een­komst op basis van uur­ta­rief aan­ge­no­men. Dit wets­voor­stel wij­zigt Boek 7 van het Bur­ger­lijk Wet­boek in ver­band met het invoe­ren van een rechts­ver­moe­den van werk­ne­mer (en een omke­ring van de bewijs­last voor opdracht­ge­vers) bij een laag uur­ta­rief. Het doel van deze maat­re­gel is om laag­be­taal­de zzp’ers, vaak kwets­ba­re wer­ken­den, beter te bescher­men tegen schijn­zelf­stan­dig­heid.

Het wets­voor­stel was onder­deel van het oor­spron­ke­lij­ke wets­voor­stel ver­dui­de­lij­king beoor­de­ling arbeids­re­la­ties en rechts­ver­moe­den (de wet Vbar). Bij nota van wij­zi­ging is het oor­spron­ke­lij­ke voor­stel gewij­zigd, waar­door het hui­di­ge voor­stel enkel nog het rechts­ver­moe­den bevat. Het wets­voor­stel bevat dus geen inhou­de­lij­ke ver­dui­de­lij­king van het onder­scheid werknemer/zzp’er of codi­fi­ca­tie van het getal­s­cri­te­ri­um. Van de oor­spron­ke­lij­ke insteek van de wet Vbar blijft dus wei­nig meer over. De ver­snel­de behan­de­ling van dit wets­voor­stel hangt samen met Euro­pe­se afspra­ken in het kader van het Her­stel- en veer­kracht­plan (HVP). De inwer­king­tre­ding staat voor nu nog op een bij konink­lijk besluit te bepa­len tijd­stip, maar de ver­wach­ting is dat dit wets­voor­stel nog dit jaar in wer­king zal tre­den. Dit hangt samen met een rele­van­te mijl­paal uit het HVP.

De intro­duc­tie van het rechts­ver­moe­den maakt het voor zzp’ers die min­der dan € 38 per uur ver­die­nen (peil­da­tum 1 janu­a­ri 2026) mak­ke­lij­ker om bij gewij­zig­de omstan­dig­he­den een arbeids­re­la­tie op te eisen bij de opdracht­ge­ver. Tege­lijk wordt met het tarief beoogd dat de inzet van laag­be­taal­de (en daar­mee kwets­ba­re) zelf­stan­di­gen min­der aan­trek­ke­lijk wordt voor opdracht­ge­vers en wordt terug­ge­dron­gen. Samen met de tevens beoog­de invoe­ring van de Wet Basis­ver­ze­ke­ring arbeids­on­ge­schikt­heid zelf­stan­di­gen (BAZ) wordt inge­zet om een race naar de bodem te voor­ko­men en zelf­stan­di­gen tege­lijk ook rechts­ze­ker­heid te laten opbou­wen.

Als par­tij­en een lager uur­ta­rief han­te­ren en zzp’ers een beroep doen op het weer­leg­ba­re rechts­ver­moe­den, dan zal de betref­fen­de opdracht­ge­ver moe­ten kun­nen aan­to­nen dat er geen spra­ke is van een arbeids­over­een­komst. Lukt dat niet, dan zal de arbeids­re­la­tie in de prak­tijk veel­al als arbeids­over­een­komst wor­den aan­ge­merkt en is spra­ke van schijn­zelf­stan­dig­heid. In dat geval heeft de zzp’er aan­spraak op de bescher­ming die hoort bij een arbeids­over­een­komst, zoals loon­door­be­ta­ling bij ziek­te en ont­slag­be­scher­ming. Let op; dit deze wet geeft geen omke­ring van de bewijs­last voor zzp rela­ties waar­bij een hoger uur­ta­rief dan € 38 per uur wordt gehan­teerd, voor die situ­a­ties geldt nog steeds de gebrui­ke­lij­ke bewijs­last­ver­de­ling en de uit­gangs­pun­ten zoals deze in de juris­pru­den­tie zijn ont­wik­keld voor de kwa­li­fi­ca­tie van arbeids­re­la­ties.

De inhou­de­lij­ke ver­dui­de­lij­king van de arbeids­re­la­tie en daar­mee de incor­po­ra­tie van belang­rij­ke uit­gangs­pun­ten uit de juris­pru­den­tie, zoals Deli­veroo, Uber, Tem­per en Hel­pling, wordt door­ge­scho­ven naar een afzon­der­lijk wets­voor­stel: de Zelf­stan­di­gen­wet. De kern van deze wet is dat er een wet­te­lijk toet­sings­ka­der komt voor de vraag wan­neer een wer­ken­de als werk­ne­mer of zelf­stan­di­ge kan wor­den aan­ge­merkt. Sec­to­ra­le omstan­dig­he­den kun­nen daar­bij ook een rol spe­len. Een toet­sings­com­mis­sie die arbeids­re­la­ties op ver­zoek beoor­deelt, maakt onder­deel uit van dat tra­ject. Met het wets­voor­stel wordt beoogd uit­ein­de­lijk meer rechts­ze­ker­heid te cre­ë­ren voor par­tij­en die de arbeids­re­la­tie thans niet van­uit een een­dui­dig per­spec­tief kun­nen beoor­de­len. Deze wet laat ech­ter naar ver­wach­ting nog wel even op zicht wach­ten.

Tot die tijd zal de beoor­de­ling van arbeids­re­la­ties immers in belang­rij­ke mate casu­ïs­tisch blij­ven en afhan­ke­lijk zijn van de uit­gangs­pun­ten zoals deze in die juris­pru­den­tie zijn ont­wik­keld. Het ver­dient dan ook aan­dacht om de flexi­be­le schil en de inzet van zzp-rela­ties te blij­ven beoor­de­len aan de hand van die uit­gangs­pun­ten. In de samen­wer­king met EY beoor­de­len wij voor onze cli­ën­ten met regel­maat vraag­stuk­ken rond­om de inzet van zzp als onder­deel van de flexi­be­le schil. Daar­bij is zowel aan­dacht voor de arbeids­rech­te­lij­ke als de fis­ca­le uit­gangs­pun­ten. Voor even­tu­e­le vra­gen rond­om de inzet van zelf­stan­di­gen kunt u uiter­aard bij een van onze spe­ci­a­lis­ten terecht.