Inhu­ren van – nieu­we – zzp’ers? Let goed op de aan­staan­de maat­re­ge­len van het kabi­net!

Blog

Published 5 januari 2024 Reading time min Auteur Wil­le­mijn Jans­ma Labor & Employment

Het kabi­net komt met nieu­we maat­re­ge­len met betrek­king tot het wer­ken als en met zelfstandige(n) en zal har­der gaan optre­den tegen schijn­zelf­stan­dig­heid. Tijd om de samen­wer­king met zzp’ers weer eens onder de loep te nemen.

De afge­lo­pen jaren is het aan­tal zelf­stan­di­gen zon­der per­so­neel (zzp’ers) gegroeid. In ons land wer­ken zo’n 8 mil­joen men­sen in dienst­ver­band en onge­veer 1,1 mil­joen men­sen wer­ken als zelf­stan­di­ge (CBS, 2019).  De moge­lijk­heid om zelf­stan­dig te onder­ne­men is belang­rijk voor onze eco­no­mie. Maar de afge­lo­pen jaren is ech­ter ook steeds dui­de­lij­ker geble­ken dat het hoge aan­tal zelf­stan­di­gen een keer­zij­de kent. Zo dra­gen zelf­stan­di­gen in beperk­te­re mate bij aan de finan­cie­ring van onze soci­a­le zeker­heid.

Onwen­se­lijk en onhoud­baar
Steeds meer wer­ken­den zijn gaan wer­ken bui­ten dienst­ver­band, ter­wijl een deel daar­van op grond van de hui­di­ge regel­ge­ving eigen­lijk een arbeids­over­een­komst hoort te heb­ben. Vol­gens het kabi­net is de hui­di­ge arbeids­markt niet toe­komst­be­sten­dig en dat is onwen­se­lijk en onhoud­baar. Daar­om heeft het kabi­net ver­schil­len­de maat­re­ge­len aan­ge­kon­digd.

Uit de brief van Minis­ter Van Gen­nip (Soci­a­le Zaken en Werk­ge­le­gen­heid) en staats­se­cre­ta­ris Van Rij (Fis­ca­li­teit en Belas­ting­dienst) aan de Twee­de Kamer van 16 decem­ber 2022 is opge­no­men dat het kabi­net maat­re­ge­len wil nemen langs drie lij­nen.

Dit betreft het cre­ë­ren van een gelij­ker speel­veld voor ver­schil­len­de con­tract­vor­men, het cre­ë­ren van meer dui­de­lijk­heid over de kwa­li­fi­ca­tie­vraag en het ver­be­te­ren van hand­ha­ving op schijn­zelf­stan­dig­heid. Hier­na volgt een over­zicht van enke­le belang­rij­ke (voor­ge­no­men) maat­re­ge­len.

Een gelij­ker speel­veld
Het kabi­net wenst behan­de­ling van wer­ken­den, onge­acht de con­tract­vorm, gelij­ker te maken. Gedacht kan wor­den aan het ver­klei­nen van de ver­schil­len in fis­ca­le behan­de­ling van werk­ne­mers en zelf­stan­di­gen. Op dit moment wordt inko­men van werk­ne­mers name­lijk zwaar­der belast dan het inko­men van een zelf­stan­di­ge. Ook wenst het kabi­net een arbeids­on­ge­schikt­heids­ver­ze­ke­ring ver­plicht te stel­len voor zelf­stan­di­gen.

Zelf­stan­di­ge of werk­ne­mer?
In de prak­tijk bestaat soms dis­cus­sie of een wer­ken­de werk­zaam­he­den ver­richt als werk­ne­mer of als zelf­stan­di­ge. Op grond van de hui­di­ge arbeids­rech­te­lij­ke wet­ge­ving moet een wer­ken­de wor­den gekwa­li­fi­ceerd als werk­ne­mer wan­neer hij in dienst (onder gezag), arbeid ver­richt tegen loon.

Het gezags­cri­te­ri­um (dus of er wordt gewerkt in dienst van) zorgt in de prak­tijk veel­al voor de mees­te ondui­de­lijk­heid. Daar­om wil het kabi­net dit begrip ver­dui­de­lij­ken door codi­fi­ca­tie van drie hoofd­ele­men­ten. Zo wil het kabi­net wet­te­lijk vast­leg­gen dat ‘in dienst van’ niet alleen aan de orde is bij het geven van instruc­ties en het hou­den van toe­zicht (mate­ri­eel gezag), maar ook bij werk dat orga­ni­sa­to­risch is inge­bed in de onder­ne­ming van de werk­ge­ven­de. Deze vast­leg­ging maakt kort­weg dui­de­lijk dat zelf­stan­di­gen en werk­ne­mers niet kun­nen wor­den inge­zet voor het­zelf­de werk bin­nen dezelf­de orga­ni­sa­tie en met dezelf­de inrich­ting van de werk­zaam­he­den. Dit kan flin­ke gevol­gen heb­ben voor veel zelf­stan­di­gen.

Ook belang­rijk is de vraag of spra­ke is van zelf­stan­dig onder­ne­mer­schap, het­geen een con­tra-indi­ca­tie kan vor­men voor de kwa­li­fi­ca­tie van de over­een­komst als arbeids­over­een­komst.

De beoor­de­ling van boven­ge­noem­de ele­men­ten moet gebeu­ren in onder­lin­ge samen­hang.

Hand­ha­ving op schijn­zelf­stan­dig­heid
Als iemand in de prak­tijk als zelf­stan­di­ge werkt, maar op grond van het arbeids­recht eigen­lijk gekwa­li­fi­ceerd moet wor­den als werk­ne­mer is spra­ke van schijn­zelf­stan­dig­heid. Met ande­re woor­den, de wer­ken­de lijkt een zelf­stan­di­ge maar is dat eigen­lijk niet. Schijn­zelf­stan­dig­heid leidt tot nega­tie­ve gevol­gen, zoals het mis­lo­pen van belas­tin­gen en pre­mies voor de Belas­ting­dienst.

Om schijn­zelf­stan­dig­heid terug te drin­gen bestaat van­af mei 2016 de Wet dere­gu­le­ring beoor­de­ling arbeids­re­la­ties (de Wet DBA). De inwer­king­tre­ding van de Wet DBA heeft des­tijds geleid tot onze­ker­heid en onrust. Daar­om werd bij de invoe­ring ook een hand­ha­vings­mo­ra­to­ri­um inge­steld.

Dit bete­kent kort­weg dat de Belas­ting­dienst bij opdracht­ge­vers geen loon­hef­fing naheft of boe­tes oplegt als blijkt dat spra­ke is van schijn­zelf­stan­dig­heid, ten­zij spra­ke is van kwaad­wil­lend­heid. Toe­zicht en hand­ha­ving door de Belas­ting­dienst heeft de afge­lo­pen jaren nau­we­lijks plaats­ge­von­den. Het risi­co op een cor­rec­tie was daar­mee erg klein.

Voor een toe­komst­be­sten­di­ge arbeids­markt en een houd­baar belas­ting- en soci­a­le­ze­ker­heids­stel­sel is hand­ha­ving vol­gens het kabi­net nood­za­ke­lijk. Het kabi­net wil daar­om har­der optre­den tegen schijn­zelf­stan­dig­heid. De Belas­ting­dienst zal van­af uiter­lijk 1 janu­a­ri 2025 gaan hand­ha­ven.

Dit bete­kent con­creet dat de Belas­ting­dienst arbeids­re­la­ties zal gaan beoor­de­len door bedrijfs­be­zoe­ken en boe­ken­on­der­zoek. Als spra­ke is van schijn­zelf­stan­dig­heid en dus fei­te­lijk spra­ke is van een werk­ne­mer, dan zal de Belas­ting­dienst over het ver­le­den belas­tin­gen en pre­mies innen (of boe­tes opleg­gen).

Kort­om, opdracht­ge­vers opge­let!
De plan­nen van het kabi­net zul­len (ver­strek­ken­de) gevol­gen heb­ben voor de posi­tie van veel zelf­stan­di­gen. Als opdracht­ge­ver is het ver­stan­dig om de popu­la­tie zzp’ers goed in kaart te bren­gen én om te beoor­de­len of die­zelf­de werk­zaam­he­den ook wor­den ver­richt door werk­ne­mers.

Voor wat betreft het inhu­ren van (nieu­we) zzp’ers doe je er als opdracht­ge­ver goed aan om een model­over­een­komst van de Belas­ting­dienst te gebrui­ken en uit­voe­ring van die over­een­komst (en opdracht) goed te blij­ven moni­to­ren.