De her­in­tre­de van de mond­kap­jes­plicht op de werk­vloer

Blog

Published 7 december 2021 Reading time min Auteur Jasper Hoekstra Labor & Employment

Na een gelei­de­lij­ke afbouw van de mond­kap­jes­plicht is deze nu weer terug van weg­ge­weest. Sinds 6 novem­ber 2021 geldt (voor ieder­een boven de 13 jaar) weer een mond­kap­jes­plicht op veel open­ba­re plek­ken, waar­on­der publie­ke bin­nen­ruim­tes, zoals super­mark­ten, win­kels en bibli­o­the­ken. Het mond­kap­je lijkt ook zijn her­in­tre­de te maken op de werk­vloer. Steeds meer werk­ge­vers trek­ken de teu­gels aan en pas­sen een strikt ‘coro­na­be­leid’ toe, waar­on­der bij­voor­beeld een mond­kap­jes­plicht voor bepaal­de werk­zaam­he­den, acti­vi­tei­ten en/of omge­vin­gen, om daar­mee de vei­lig­heid van werk­ne­mers (en der­den) te waar­bor­gen. In dit ver­band kan men zich afvra­gen of het stel­sel­ma­tig wei­ge­ren van het dra­gen van een mond­kap­je door een werk­ne­mer kan kwa­li­fi­ce­ren als rede­lij­ke grond voor ont­bin­ding van de arbeids­over­een­komst. De recht­bank Noord-Hol­land heeft hier op 5 novem­ber 2021 een uit­spraak over gedaan.

Fei­ten

  • De werk­ne­mer is in dienst van een bedrijf dat zich bezig­houdt met het rei­ni­gen van vlieg­tui­gen. Zowel de lucht­ha­ven, als de klan­ten van de werk­ge­ver han­te­ren een strik­te mond­kap­jes­plicht in (nage­noeg) alle ruim­ten op de lucht­ha­ven en aan boord van de vlieg­tui­gen.
  • De werk­ge­ver heeft schrif­te­lijk ken­baar gemaakt dat tij­dens de werk­zaam­he­den altijd een mond­kap­je moet wor­den gedra­gen. De werk­ne­mer heeft ech­ter op vier ver­schil­len­de momen­ten gewei­gerd om tij­dens de werk­zaam­he­den een mond­kap­je te dra­gen. Gesprek­ken waar­bij de werk­ge­ver de werk­ne­mer heeft gewe­zen op het belang van het dra­gen van een mond­kap­je en de werk­ne­mer heeft gewaar­schuwd dat een wei­ge­ring gevol­gen kan heb­ben voor zijn dienst­ver­band, moch­ten niet baten.
  • Na de vier­de wei­ge­ring is de werk­ne­mer op non-actief gesteld en de loon­be­ta­ling stop­ge­zet. Ver­vol­gens is de werk­ge­ver een juri­di­sche pro­ce­du­re gestart, waar­in de werk­ge­ver de recht­bank ver­zoekt om de arbeids­over­een­komst met werk­ne­mer te ont­bin­den.

 

Oor­deel recht­bank

  • De recht­bank over­weegt dat de werk­ge­ver de bevoegd­heid heeft om rede­lij­ke voor­schrif­ten te geven over het ver­rich­ten van de arbeid en ter bevor­de­ring van de goede orde in de onder­ne­ming, en de werk­ne­mer is ver­plicht zich daar­aan te hou­den. De werk­ge­ver mocht daar­om aan haar werk­ne­mers de ver­plich­ting opleg­gen om tij­dens de werk­zaam­he­den een mond­kap­je te dra­gen, in lijn met de op dat moment gel­den­de richt­lij­nen van de lucht­ha­ven en het RIVM.
  • De recht­bank is van oor­deel dat een rede­lij­ke grond voor ont­bin­ding van de arbeids­over­een­komst bestaat, te weten ver­wijt­baar han­de­len van de werk­ne­mer, gelet op het feit dat:
    • de werk­ge­ver de werk­ne­mer heeft gewe­zen op het belang van het dra­gen van een mond­kap­je en de werk­ne­mer heeft gewaar­schuwd dat een wei­ge­ring gevol­gen kan heb­ben voor zijn dienst­ver­band, en
    • de werk­ne­mer des­al­niet­te­min bij her­ha­ling heeft gewei­gerd een mond­kap­je te dra­gen tij­dens de werk­zaam­he­den, met als gevolg dat hij zijn werk­zaam­he­den niet kon uit­voe­ren.
  • Vol­gens de recht­bank is het wei­ge­ren om een mond­kap­je te dra­gen in begin­sel niet vol­doen­de om te spre­ken van ern­stig ver­wijt­baar han­de­len van de werk­ne­mer. Ech­ter, onder meer gelet op de hou­ding van de werk­ne­mer, de gevol­gen hier­van voor zijn collega’s en de werk­ge­ver, als­me­de het wei­ge­ren om te over­leg­gen over een ande­re func­tie bin­nen de orga­ni­sa­tie, meent de recht­bank dat toch spra­ke is van ern­stig ver­wijt­baar han­de­len van de werk­ne­mer. Dien­ten­ge­vol­ge heeft de werk­ne­mer geen recht op een tran­si­tie­ver­goe­ding.

 

Con­clu­sie

Het is van belang om een dui­de­lijk en con­sis­tent coro­na­be­leid te voe­ren dat in lijn is met de meest recen­te aan­be­ve­lin­gen van het RIVM. Of een mond­kap­jes­plicht kwa­li­fi­ceert als ‘rede­lijk voor­schrift van de werk­ge­ver’, en het nege­ren daar­van als rede­lij­ke grond voor ont­bin­ding van de arbeids­over­een­komst, zal afhan­ke­lijk zijn van de omstan­dig­he­den van het geval.

Indien een werk­ne­mer wei­gert om een mond­kap­je te dra­gen, dan raden wij in ieder geval aan om met de werk­ne­mer in gesprek te gaan, de werk­ne­mer te wij­zen op het belang van het dra­gen van het mond­kap­je en even­tu­eel te waar­schu­wen voor de gevol­gen van de wei­ge­ring voor het dienst­ver­band.