Ambtshalve toet­sing bij con­su­men­ten­kre­diet

Nieuwe rechtspraak kan leiden tot vernietiging van de kredietovereenkomst

Blog

Published 30 april 2020 Reading time min Auteur Dennis Apperloo Financial services

Er geldt een ver­gaan­de ver­plich­ting voor de kre­diet­aan­bie­der om bewijs­stuk­ken te over­leg­gen van­we­ge de ambts­hal­ve toet­sing door de rech­ter van de kre­diet­waar­dig­heids­toets bij con­sump­tief kre­diet. De kre­diet­waar­dig­heid van de con­su­ment moet in vol­doen­de mate voor­af­gaand aan de kre­diet­ver­le­ning wor­den getoetst, omdat anders de kre­diet­over­een­komst kan wor­den ver­nie­tigd of een vor­de­ring tot nako­ming kan wor­den afge­we­zen door de rech­ter. Dit heeft gro­te impact op het kre­diet­ver­le­nings­pro­ces, waar­door kre­diet­aan­bie­ders zowel in de pre­con­trac­tu­e­le- als de col­lec­tie fase actie moe­ten onder­ne­men.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft op 5 maart 2020 weder­om beves­tigd dat nati­o­na­le rech­ters in (verstek)zaken tus­sen een pro­fes­si­o­neel han­de­len­de par­tij en een con­su­ment ambts­hal­ve die­nen te toet­sen aan het con­su­men­ten­recht. De impact van deze ambts­hal­ve toet­sing kan groot zijn. Een ambts­hal­ve toet­sing aan de kre­diet­waar­dig­heids­toets kan name­lijk lei­den tot ver­nie­ti­ging van de kre­diet­over­een­komst, waar­door de ver­schul­dig­de ren­te ach­ter­we­ge kan blij­ven en enkel nog het kre­diet­be­drag terug­be­taald dient te wor­den.

Drie recen­te uit­spra­ken van de recht­bank Amsterdam ten aan­zien van con­sump­tief kre­diet­vor­de­rin­gen beves­ti­gen deze stro­ming. In deze pro­ce­du­res vor­der­de de kre­diet­aan­bie­der nako­ming van de kre­diet­over­een­komst wegens het niet vol­doen van de maan­de­lijk­se ren­te- en aflos­sings­ver­plich­tin­gen door de kre­diet­ne­mer. De recht­bank Amsterdam toets­te in deze drie zaken of de kre­diet­aan­bie­der de ver­plich­tin­gen uit hoof­de van arti­kel 8 van de richt­lijn con­su­men­ten­kre­diet (2008/48/EG), wel­ke zijn geïm­ple­men­teerd in arti­kel 4:34 lid 1 van de Wet op het finan­ci­eel toe­zicht, is nage­ko­men.

Het ging hier spe­ci­fiek om de kre­diet­waar­dig­heids­toets die de kre­diet­aan­bie­der voor het ver­strek­ken van het kre­diet had moe­ten uit­voe­ren. Uit deze uit­spra­ken volgt dat indien de kre­diet­aan­bie­der niet in staat is te onder­bou­wen dat vol­daan is aan deze norm, de (kanton)rechter de kre­diet­over­een­komst zal ver­nie­ti­gen. Kredietaanbieders moe­ten aldus bedacht zijn op deze ‘nieu­we wind’ die rond­waait bin­nen de recht­spraak, het­geen impact heeft op de ini­ti­ë­le kre­diet­ver­le­ning en het col­lec­tie­pro­ces.

Verder uitklappen voor: ‘HvJ EU en Rb Amsterdam: Ambtshalve toetsing aan consumentenrecht’

 

Dat de (kanton)rechter ambts­hal­ve aan con­su­men­ten­recht toetst bij con­sump­tief kre­diet, is niet nieuw. Dit werd immers al dui­de­lijk in het arrest van de Hoge Raad uit 2016 (ECLI:NL:HR:2016:236). Op 5 maart 2020 is de ambts­hal­ve toet­sing bij con­sump­tief kre­diet­over­een­kom­sten ech­ter nader in de spot­lights geplaatst door het HvJ EU. In de zaak C-679/18 bena­drukt het HvJ EU dat nati­o­na­le rech­ters ambts­hal­ve moe­ten toet­sen of aan de ver­plich­ting van de kre­diet­waar­dig­heids­toets is vol­daan. De nati­o­na­le rech­ter zal, indien hij oor­deelt dat niet (vol­le­dig) aan de ver­plich­ting van de kre­diet­waar­dig­heids­toets is vol­daan, daar de con­se­quen­ties aan ver­bin­den die in het nati­o­naal recht zijn voor­zien. Dit bete­kent in Nederland dat de kre­diet­over­een­komst,  zelfs in ver­stek­za­ken, door de rech­ter ver­nie­tigd kan wor­den.

Dit arrest van het HvJ EU is snel opge­pakt door de recht­bank Amsterdam. Eind maart 2020 is door de kan­ton­rech­ter bij de recht­bank Amsterdam in drie uit­spra­ken de ambts­hal­ve toet­sing toe­ge­past (ECLI:NL:RBAMS:2020:1966, ECLI:NL:RBAMS:2020:1967 en ECLI:NL:RBAMS:2020:1968). In deze drie ver­stek­za­ken is de vor­de­ring van de kre­diet­aan­bie­der afge­we­zen of is de kre­diet­aan­bie­der nog in de gele­gen­heid gesteld om nader bewijs te leve­ren dat aan de pre­con­trac­tu­e­le ver­plich­tin­gen (zoals de kre­diet­waar­dig­heids­toets) vol­le­dig is vol­daan. Indien de kre­diet­aan­bie­der niet slaagt in deze bewijs­le­ve­ring, hint de kan­ton­rech­ter al op de con­se­quen­tie: ver­nie­ti­ging van de kre­diet­over­een­komst. Deze ver­nie­ti­ging heeft tot gevolg dat enkel nog het geleen­de bedrag terug­be­taald moet wor­den door de con­su­ment. De ver­schul­dig­de ren­te en ande­re kos­ten moe­ten in voor­ko­mend geval terug­be­taald wor­den aan de kre­diet­ne­mer. Het is hier­bij aan de kre­diet­aan­bie­der om een over­zicht van de betaal­de ren­te en kos­ten te ver­strek­ken.

Verder uitklappen voor: ‘Welke acties dienen kredietaanbieders ten minste te nemen?’

 

  • Precontractueel: voor het slui­ten van de lening zo goed als moge­lijk de kre­diet­waar­dig­heid van de con­su­ment onder­zoe­ken, waar­bij goe­de docu­men­ta­tie van dit onder­zoek essen­ti­eel is

Om zoveel moge­lijk te voor­ko­men dat het ver­strek­te kre­diet niet (vol­le­dig) wordt terug­be­taald door de con­su­ment, dient de kre­diet­aan­bie­der vóór het slui­ten van een kre­diet­over­een­komst de kre­diet­waar­dig­heid van de con­su­ment in vol­doen­de mate te toet­sen. Zo moet er door de con­su­ment vol­doen­de bewijs wor­den over­ge­legd van zijn finan­ci­ë­le situ­a­tie. Dit kan tot uit­da­gin­gen lei­den wan­neer het kre­diet ver­strekt wordt via (onli­ne) omge­vin­gen waar­bij de aan­koop­be­slis­sing snel gemaakt is en het afre­ken­pro­ces veel­al vluch­tig is. De kre­diet­aan­bie­der moet de ont­van­gen infor­ma­tie beoor­de­len, waar nodig door­vra­gen én op een juis­te wij­ze docu­men­te­ren.

  • Collectie: bij een gerech­te­lijk incas­sotra­ject de uit­ge­voer­de kre­diet­waar­dig­heids­toets aan­to­nen en over­leg­gen

Voor het ver­krij­gen van een exe­cu­to­ri­a­le titel ter uit­win­ning van het kre­diet, moet de kre­diet­aan­bie­der er alert op zijn dat er meer bewijs beno­digd is dan enkel een kopie van de kre­diet­over­een­komst. Er wordt immers ambts­hal­ve getoetst aan con­su­men­ten­recht, waar­on­der of er een toe­rei­ken­de kre­diet­waar­dig­heids­toets heeft plaats­ge­von­den bij het aan­gaan van de kre­diet­over­een­komst. Dit bete­kent dat de kre­diet­aan­bie­der voor­af­gaand aan het star­ten van de gerech­te­lij­ke pro­ce­du­re de hard­heid van de vor­de­ring moet beoor­de­len door onder meer na te gaan of de beno­dig­de pre­con­trac­tu­e­le infor­ma­tie vol­le­dig en juist is ver­strekt, de beno­dig­de infor­ma­tie ten aan­zien van de kre­diet­waar­dig­heids­toets voor­han­den is én deze wordt over­ge­legd bij het aan­han­gig maken van de gerech­te­lij­ke pro­ce­du­re.

Uit het informatieformulier voor con­su­men­ten­za­ken van de Rechtspraak volgt dat de recht­ban­ken van Amsterdam en Den Haag in prin­ci­pe geen aan­vul­len­de infor­ma­tie meer opvra­gen tij­dens de pro­ce­du­re. De dag­vaar­ding dient aldus vol­doen­de bewijs te bevat­ten dat aan de pre­con­trac­tu­e­le ver­plich­tin­gen is vol­daan. Per 1 janu­a­ri 2021 zal deze ver­plich­ting ook gaan gel­den voor de ove­ri­ge recht­ban­ken. Tijd voor actie aldus!

Verder uitklappen voor: ‘Hoe kan HVG Law u verder helpen?’

 

De advo­ca­ten van HVG Law heb­ben veel ken­nis en erva­ring op dit gebied en den­ken graag met u mee. Wij kun­nen u zowel in de pre­con­trac­tu­e­le- als in de col­lec­tie­fa­se hel­pen om ver­nie­ti­ging van uw kre­diet­over­een­kom­sten te voor­ko­men. Neemt u daar­om gerust con­tact op met een van onze experts voor een vrij­blij­vend gesprek.