Col­le­gi­a­le uit­leen en de Wtta: moet u actie onder­ne­men?

Blog

Published 6 november 2026 Reading time min Auteur Huub van Osch Labor & Employment

De Wet toe­la­ting ter­be­schik­king­stel­ling van arbeids­krach­ten (Wtta) treedt gro­ten­deels op 1 janu­a­ri 2027 in wer­king. De Arbeids­in­spec­tie gaat hand­ha­ven op deze toe­la­tings­plicht van­af 1 janu­a­ri 2028. Orga­ni­sa­ties die onder de toe­la­tings­plicht val­len, heb­ben dan een toe­la­ting of ont­hef­fing van de Neder­land­se Auto­ri­teit Uit­leen­markt (NAU) nodig, ten­zij zij rechts­gel­dig gebruik­ma­ken van het over­gangs­recht. Voor col­le­gi­a­le uit­leen geldt onder voor­waar­den een wet­te­lij­ke uit­zon­de­ring. Bin­nen het zorg­ar­beids­markt­be­leid wordt regi­o­naal of gedeeld werk­ge­ver­schap bevor­derd, deels als alter­na­tief voor het gebruik van zzp-ers. De NZa onder­schrijft de waar­de daar­van. Is er dan spra­ke van col­le­gi­a­le uit­leen? En, als er moge­lijk niet meer aan de voor­waar­den wordt vol­daan, dient deze deel­ne­men­de werk­ge­ver dan gebruik te maken van de over­gangs­re­ge­ling Wtta?

 

Col­le­gi­a­le uit­leen bui­ten con­cern­ver­band in de prak­tijk

In onder ande­re de zorg en het onder­wijs wor­den mede­wer­kers gere­geld met ande­re instel­lin­gen gedeeld. Denk aan een gedrags­des­kun­di­ge die een dag per week mee­kijkt bij een ande­re instel­ling, of een vak­do­cent met spe­ci­fie­ke kennis die bij­springt bij een samen­wer­kings­ver­band. De mede­wer­ker blijft in dienst bij de eigen orga­ni­sa­tie en de ont­van­gen­de instel­ling ver­goedt de inzet. Deze voor­beel­den kwa­li­fi­ce­ren niet auto­ma­tisch als col­le­gi­a­le uit­leen: de fei­te­lij­ke aan­stu­ring, het dienst­ver­band bij de eigen orga­ni­sa­tie en de samen­stel­ling van de ver­goe­ding zijn bepa­lend.

Eerst moet wor­den vast­ge­steld of spra­ke is van ter­be­schik­king­stel­ling in de zin van de Wet allo­ca­tie arbeids­krach­ten door inter­me­di­airs (Waadi). Rele­vant is onder meer of de mede­wer­ker tegen ver­goe­ding onder toe­zicht en lei­ding van de ont­van­gen­de instel­ling werkt. Het ver­rich­ten van werk­zaam­he­den bij een ande­re instel­ling is op zich­zelf niet vol­doen­de. Ver­vol­gens moet wor­den beoor­deeld of een wet­te­lij­ke uit­zon­de­ring geldt. Uit­leen bin­nen het­zelf­de con­cern kent een afzon­der­lij­ke uit­zon­de­ring; een samen­wer­kings­ver­band vormt niet auto­ma­tisch een con­cern.

 

De nieu­we toets: loon­kos­ten en het dienst­ver­band bij de uit­le­ner

De bestaan­de omschrij­ving van col­le­gi­a­le uit­leen ver­wijst naar hulp­be­toon, het ont­bre­ken van winst­oog­merk en een dienst­ver­band voor arbeid in de eigen onder­ne­ming van de uit­le­ner. De Wtta ver­dui­de­lijkt deze uit­zon­de­ring. Het hulp­be­toon­cri­te­ri­um komt te ver­val­len. De toets aan het winst­oog­merk wordt ver­van­gen door een objec­tie­ve toets aan de ver­goe­ding ten opzich­te van de loon­kos­ten. Het cri­te­ri­um dat de mede­wer­ker bij de uit­le­ner in dienst is voor arbeid in diens eigen onder­ne­ming blijft behou­den.

Een terug­ke­rend uit­leen­pa­troon sluit de nieu­we uit­zon­de­ring niet op zich­zelf uit: inci­den­te­le uit­leen is geen zelf­stan­di­ge voor­waar­de in de nieu­we omschrij­ving. Wel blijft essen­ti­eel, waar­voor de mede­wer­ker bij de uit­le­ner in dienst is. Is de mede­wer­ker enkel of hoofd­za­ke­lijk aan­ge­no­men om bij ande­re orga­ni­sa­ties te wer­ken, dan wordt moge­lijk niet aan dit cri­te­ri­um vol­daan.

Een twee­de aan­dachts­punt is de ver­goe­ding. Die moet pas­sen bin­nen de wet­te­lij­ke bere­ke­ning van de loon­kos­ten en de toe­ge­sta­ne opslag. Het gaat daar­bij niet uit­slui­tend om het bru­to­loon: ook de aan­ge­we­zen loon­op­bouw en werk­ge­vers­las­ten zijn rele­vant. De nade­re bere­ke­ning staat in arti­kel 1:2 van het Besluit allo­ca­tie arbeids­krach­ten door inter­me­di­airs (Baadi). Een eigen kos­ten­cal­cu­la­tie maakt boven­dien niet iede­re over­head- of risi­co-opslag toe­laat­baar. De wet han­teert thans in begin­sel een grens van 5% van de bru­to loon­kos­ten. Deze 5% opslag wordt geacht kos­ten te dek­ken zoals HR, kos­ten sala­ris­ad­mi­ni­stra­tie, recruit­ment etc. Als je daar over­heen gaat loop je risico’s. Dit is het punt waar het in de prak­tijk het vaakst wringt, dan ver­valt moge­lijk de uit­zon­de­ring en is gewoon spra­ke van ter­be­schik­king­stel­ling. Met alle ver­plich­tin­gen die daar­bij horen.

 

Vra­gen om uzelf te stel­len

Orga­ni­sa­ties die per­so­neel delen met ande­re instel­lin­gen doen er ver­stan­dig aan hun rela­ties te beoor­de­len. Is er spra­ke van ter beschik­king stel­ling in de zin van deze wet? Is dat bin­nen de groep of ook er bui­ten? Slui­ten de con­trac­ten aan op de fei­te­lij­ke werk­zaam­he­den en admi­ni­stra­tie­ve ver­wer­king? Is een van de wet­te­lij­ke uit­zon­de­rin­gen van toe­pas­sing? Wel­ke kos­ten wor­den door­be­last? Om hoe­veel omzet gaat het? Klopt de opslag op de kos­ten wel? Moet de hui­di­ge samen­wer­king met ande­re par­tij­en wor­den her­zien? Deze afwe­gin­gen zijn van cru­ci­aal belang om ver­vol­gens de juis­te rou­te te kun­nen bepa­len. Dien je als orga­ni­sa­tie om ont­hef­fing of toe­la­ting te vra­gen? Doe je er, in geval van onze­ker­he­den, als orga­ni­sa­tie ver­stan­dig aan gebruik te maken van het over­gangs­recht?

Bij twij­fel over de kwa­li­fi­ca­tie van de inzet, het dienst­ver­band of de door­be­re­ken­de kos­ten ver­dient een nade­re juri­di­sche beoor­de­ling aan­be­ve­ling. Ook de ont­van­gen­de instel­ling moet beoor­de­len of zij rechts­gel­dig mag inle­nen.

 

Valt u bui­ten de gren­zen voor de col­le­gi­a­le uit­leen? Onder­zoek dan de ont­hef­fings­rou­te

Wan­neer geen wet­te­lij­ke uit­zon­de­ring geldt, kan bij beperk­te uit­leen als neven­ac­ti­vi­teit een ont­hef­fing moge­lijk zijn. Daar­bij gel­den cumu­la­tie­ve voor­waar­den. Ook gel­den eisen aan de voor­af­gaan­de loon­be­ta­ling en de onder­bou­wing van de gege­vens door een accoun­tant. Anders dan een wet­te­lij­ke uit­zon­de­ring moet een ont­hef­fing wor­den aan­ge­vraagd en ver­leend. Een ont­hef­fing bete­kent boven­dien niet dat alle ove­ri­ge toe­pas­se­lij­ke ver­plich­tin­gen ver­val­len. Komt de orga­ni­sa­tie niet voor ont­hef­fing in aan­mer­king, dan moet zij de toe­la­tings­rou­te beoor­de­len.

 

De over­gangs­re­ge­ling: ter­mij­nen en voor­waar­den

Orga­ni­sa­ties waar­van de uit­leen vol­le­dig onder een wet­te­lij­ke uit­zon­de­ring valt, heb­ben voor die acti­vi­tei­ten geen toe­la­ting of ont­hef­fing nodig. Bij twij­fel moet de kwa­li­fi­ca­tie tij­dig wor­den beoor­deeld. Bestaan­de uit­le­ners die de over­gangs­re­ge­ling wil­len benut­ten, kun­nen zich van 1 novem­ber tot en met 31 decem­ber 2026 aan­mel­den bij de NAU. Ver­vol­gens moe­ten zij tus­sen 1 mei en 30 juni 2027 toe­la­ting of ont­hef­fing aan­vra­gen. Wie aan de toe­pas­se­lij­ke over­gangs­voor­waar­den vol­doet, mag blij­ven uit­le­nen ter­wijl de NAU de aan­vraag beoor­deelt, ook als op 1 janu­a­ri 2028 nog geen besluit is geno­men.

Aan­mel­ding is niet het­zelf­de als een aan­vraag of een ver­leen­de toe­la­ting: aan­mel­ding alleen geeft geen zeker­heid.

Kort en goed: deelt uw orga­ni­sa­tie mede­wer­kers met ande­re instel­lin­gen, of leent zij mede­wer­kers van ande­re instel­lin­gen in? Beoor­deel dan tij­dig de kwa­li­fi­ca­tie van de inzet, de toe­pas­se­lij­ke uit­zon­de­ring en de rele­van­te aan­vraag­ter­mij­nen.


De spe­ci­a­lis­ten van HVG Law en EY PAS kun­nen u advi­se­ren over de gevol­gen van de Wtta voor uw orga­ni­sa­tie.

Huub van Osch | HVG Law

Emilie Boot | HVG Law

Emanuel op het Veld | EY Tax (PAS)