Blog
Op 21 mei 2026 is het Wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de Tweede Kamer ingediend. Er zijn geen grote verrassingen meer. De wet treedt uiterlijk 1 januari 2027 in werking, mits deze door de Tweede en Eerste Kamer komt. Met deze wet komt er voor werkgevers met meer dan 100 werknemers een verplichting om over de loonkloof tussen mannen en vrouwen te rapporteren. Voor werkgevers met 150 of meer werknemers zal het eerste jaar waarover gerapporteerd moet worden het kalenderjaar 2027 zijn. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wordt aangegeven dat de administratieve lasten voor werkgevers naar verwachting te overzien zullen zijn. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt bovendien nog met middelen om werkgevers daarbij te ondersteunen en de processen te vereenvoudigen.
De grootste wijziging waar alle werkgevers, ongeacht hun omvang, zich op dienen voor te bereiden, betreft de transparantieverplichtingen richting werknemers. Die treden per 1 januari 2027 in werking. Vanaf die datum dienen werkgevers werknemers desgevraagd schriftelijke informatie te verschaffen over hun individuele beloningsniveau en de naar geslacht uitgesplitste gemiddelde beloningsniveaus voor categorieën van werknemers die gelijke of gelijkwaardige arbeid verrichten, en anderen op basis van genderneutrale criteria. Het zijn deze verplichtingen, waarvan wij verwachten dat werkgevers daar nu al mee aan de slag moeten. Nalaten om gehoor te kunnen geven aan een informatieverzoek en/of andere transparantieverplichtingen uit de wet kan leiden tot een verschuiving van de bewijslast: het is dan aan de werkgever om aan te tonen dat er geen sprake is van beloningsdiscriminatie. Werkgevers dienen hierbij rekening te houden met eventuele vorderingen van werknemers. Verder kent de wet verdergaande verplichtingen tot het delen van informatie met de ondernemingsraad en met een eventuele personeelsvertegenwoordiging voor werkgevers met meer dan 10 en minder dan 50 werknemers.
In grote lijnen volgt het wetsvoorstel dus de reeds ingezette lijn, al zijn er zaken verder verduidelijkt, zoals het werkgeversbegrip en wat onder loon dient te worden verstaan.
Hieronder staan nog enkele kernwijzigingen kort toegelicht.
Duidelijk onderscheid tussen monitoring en toezicht
In het wetsvoorstel is gekozen voor een duidelijk onderscheid tussen monitoring en toezicht. Het monitoringsorgaan is belegd bij de directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering, die namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevoegd is om deze taak op zich te nemen. Dit monitoringsorgaan zal voornamelijk gegevens over de loonverschillen op systeemniveau verzamelen, analyseren en publiceren. De Arbeidsinspectie is daarentegen bevoegd om toezicht te houden op de naleving van de wettelijke verplichtingen en kan handhavend optreden met sancties als bestuurlijke boetes en dwangsommen.
Hiermee geeft de Minister gehoor aan het advies van de Raad van State om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te scheppen over welke instantie deze rol gaat vervullen.
Overschrijding implementatietermijn
Hoewel de Raad van State heeft gewezen op de gevolgen en risico’s van het overschrijden van de implementatietermijn, kiest de Minister ervoor niet aan het oorspronkelijke tijdpad te voldoen. De eerste rapportageplicht voor werkgevers met 150 of meer werknemers wordt vastgesteld op uiterlijk 7 juni 2028, over het kalenderjaar 2027. De Richtlijn gaat uit van 7 juni 2027 als eerste rapportagemoment.
Volgens de regering is dit uitstel noodzakelijk omdat het voorziene tijdpad niet haalbaar is. Dit komt doordat nadere regelgeving nog ontbreekt, software nog ontwikkeld moet worden en het monitoringsorgaan nog niet in staat is de loonrapportages te ontvangen en te publiceren. Het moment waarop de overige rapportageplichtige werkgevers (100 tot 149 werknemers) moeten rapporteren, wordt wel conform de Richtlijn geïmplementeerd. Dit betekent dat deze werkgevers uiterlijk op 7 juni 2031 voor het eerst moeten rapporteren over het kalenderjaar 2030.
Gegevensbescherming
De memorie van toelichting erkent expliciet dat looninformatie in bepaalde gevallen herleidbaar kan zijn tot individuele werknemers en werkt de AVG-grondslag voor deze verwerking duidelijk uit. Daarmee wordt gedeeltelijk tegemoetgekomen aan de kritiek van de Raad van State. Tegelijkertijd blijft de reactie op het punt van gegevensbescherming beperkt. De wetgever houdt hoofdzakelijk vast aan het uitgangspunt van doelbinding: gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt voor het beginsel van gelijke beloning, zonder concreet uit te werken hoe de naleving daarvan in de praktijk wordt gewaarborgd. Daarbij is bovendien bewust afgezien van aanvullende beschermingsmechanismen, zoals het beperken van toegang tot looninformatie via tussenpersonen — terwijl de Richtlijn die mogelijkheid wel biedt. Hierdoor blijft het door de Raad van State gesignaleerde spanningsveld tussen transparantie en gegevensbescherming bestaan.
Collega’s van HVG Law arbeidsrecht en EY-Pas publiceren geregeld over dit onderwerp, mocht u vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.
Meer lezen over dit onderwerp? Kijk op: Pay Transparency Directive – HVG Law B.V.