De bonus­re­gels ein­de­lijk meer in lijn met Euro­pa

Blog

Published 3 juni 2026 Reading time min Auteur Fen­ne Broers Financial Services

Het Neder­land­se bonus­pla­fond voor finan­ci­ë­le onder­ne­min­gen is al jaren onder­werp van dis­cus­sie. In 2015 werd met de Wet belo­nings­be­leid finan­ci­ë­le onder­ne­min­gen een bonus­pla­fond van 20% inge­voerd dat gold voor alle natuur­lij­ke per­so­nen werk­zaam onder de ver­ant­woor­de­lijk­heid van een finan­ci­ë­le onder­ne­ming. Neder­land koos hier­mee bewust voor een stren­ger regime dan de rest van de EU, waar het bonus­pla­fond alleen van toe­pas­sing is op zoge­naam­de iden­ti­fied staff.

Die bre­de reik­wijd­te leid­de al snel tot kri­tiek. De regels ble­ken in de prak­tijk moei­lijk toe te pas­sen op mede­wer­kers wier werk­zaam­he­den het risi­co­pro­fiel van de onder­ne­ming niet of nau­we­lijks beïn­vloe­den. Zo ont­stond een dis­cus­sie over de con­cur­ren­tie­po­si­tie van Neder­land­se finan­ci­ë­le onder­ne­min­gen ten opzich­te van hun Euro­pe­se con­cur­ren­ten.

Nu is de aan­pas­sing een feit. De Eer­ste Kamer heeft op 19 mei 2026 inge­stemd met de wij­zi­ging van het toe­pas­sings­be­reik van het bonus­pla­fond. Voort­aan wordt het bonus­pla­fond alleen nog toe­ge­past op iden­ti­fied staff: natuur­lij­ke per­so­nen werk­zaam onder ver­ant­woor­de­lijk­heid van de finan­ci­ë­le onder­ne­ming wier werk­zaam­he­den het risi­co­pro­fiel van de onder­ne­ming wezen­lijk beïn­vloe­den. Voor de defi­ni­tie wordt aan­ge­slo­ten bij arti­kel 92, der­de lid, van de richt­lijn kapi­taal­ve­r­eis­ten (CRD). Hier­mee wordt aan­slui­ting gezocht bij de rest van de EU.

Belang­rijk is dat de hoog­te van het bonus­pla­fond onge­wij­zigd blijft. Het pla­fond van 20% blijft van toe­pas­sing op bestuur­ders van finan­ci­ë­le onder­ne­min­gen. De wij­zi­ging betreft dus uit­slui­tend de reik­wijd­te: niet lan­ger alle mede­wer­kers, maar alleen dege­nen die het risi­co­pro­fiel wezen­lijk beïn­vloe­den.

 

Chartaal beta­lings­ver­keer

Naast de aan­pas­sing van het bonus­pla­fond is gelijk­tij­dig de Wet chartaal beta­lings­ver­keer aan­ge­no­men. De aan­lei­ding voor deze wet is de gelei­de­lij­ke afna­me van de beschik­baar­heid van contant geld in Neder­land. Ban­ken bou­wen al jaren hun fysie­ke dienst­ver­le­ning af: geld­au­to­ma­ten ver­dwij­nen, kan­to­ren slui­ten, en tarie­ven voor opna­mes en stor­tin­gen stij­gen. Dit bedreigt de toe­gang tot contant geld voor bur­gers, met name voor kwets­ba­re groe­pen die moei­te heb­ben met elek­tro­nisch beta­len.

Tege­lij­ker­tijd ver­vult contant geld meer­de­re maat­schap­pe­lij­ke func­ties: het biedt keu­ze­vrij­heid in het beta­lings­ver­keer, het is inclu­sief voor groe­pen die digi­taal min­der vaar­dig zijn, en het fun­geert als terug­valop­tie bij groot­scha­li­ge sto­rin­gen van het gira­le beta­lings­ver­keer.

De wet­ge­ver greep in om te voor­ko­men dat markt­par­tij­en de char­ta­le dienst­ver­le­ning ver­der afbou­wen. Het doel van de wet is de inrich­ting en bekos­ti­ging van de char­ta­le keten zo te orga­ni­se­ren dat op de lan­ge­re ter­mijn een maat­schap­pe­lijk gewenst niveau van char­ta­le dienst­ver­le­ning wordt aan­ge­bo­den en dat contant geld als betaal­mid­del bruik­baar blijft.

 

Wat ver­an­dert er con­creet?

De wet ver­plicht de groot­ste Neder­land­se ban­ken om de char­ta­le basis­in­fra­struc­tuur in stand te hou­den. Dat zal naar ver­wach­ting de ING, Rabo­bank en ABN AMRO zijn, die geza­men­lijk het lan­de­lijk dek­ken­de geld­au­to­ma­ten­net­werk Geld­maat exploi­te­ren. Deze al bestaan­de samen­wer­king krijgt nu een wet­te­lij­ke basis. Alle Neder­land­se ban­ken wor­den ver­plicht hun klan­ten in staat te stel­len van die infra­struc­tuur gebruik te maken, tegen gere­gu­leer­de tarie­ven en voor­waar­den.

Voor par­ti­cu­lie­ren wordt bil­jet­op­na­me en -stor­ting gra­tis. Voor ande­re dien­sten gel­den maxi­mum­ta­rie­ven. Mid­del­gro­te ban­ken (waar­on­der naar ver­wach­ting de Volks­bank, Bunq en Revo­lut) wor­den ver­plicht hun klan­ten toe­gang te bie­den tot het stor­ten en opne­men van contant geld via de char­ta­le basis­in­fra­struc­tuur. DNB houdt toe­zicht op de nale­ving en ziet erop toe dat aan­slui­ting bij de infra­struc­tuur plaats­vindt tegen eer­lij­ke, rede­lij­ke en niet-dis­cri­mi­ne­ren­de voor­waar­den.

Zo blij­ven de maat­schap­pe­lij­ke func­ties van contant geld ver­ze­kerd en wordt invul­ling gege­ven aan de ver­ant­woor­de­lijk­heid van ban­ken om de toe­gang tot het beta­lings­ver­keer te bor­gen.