Blog
Op 13 februari 2026 heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:239) uitspraak gedaan over de vraag of wettelijke rente en wettelijke verhoging over te laat betaald loon na datum faillissement boedelschulden zijn.
Waar gaat deze uitspraak over?
De rechtbank Limburg legde prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad over een veelvoorkomende situatie in faillissement: werknemers van een failliete werkgever ontvangen hun loon na de faillissementsdatum niet meer. Het UWV neemt de loonverplichting van de failliete werkgever over (de loongarantieregeling), maar die betaling komt vaak te laat. De kernvraag is: heeft de werknemer in zo’n geval recht op wettelijke rente en wettelijke verhoging, en zo ja, wat is de rangorde van deze vorderingen in het faillissement?
Het uitgangspunt: faillissement verandert de arbeidsovereenkomst niet
De Hoge Raad stelt voorop dat een faillissement op zichzelf geen wijziging brengt in de verplichtingen uit een lopende arbeidsovereenkomst. De curator kan een arbeidsovereenkomst opzeggen met een opzegtermijn van zes weken. De curator treedt in de schoenen van de werkgever en moet het loon blijven betalen, totdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Loon dat verschuldigd is na de faillissementsdatum is daarom een boedelschuld op grond van artikel 40 lid 2 Faillissementswet.
Wettelijke rente
Als dit loon niet op tijd wordt betaald, ontstaat verzuim. In dat geval is de werkgever – en dus de boedel – wettelijke rente verschuldigd. In lijn met het in 2021 gewezen arrest PaperlinX, oordeelt de Hoge Raad dat deze wettelijke rente over te laat betaald loon na datum faillissement kwalificeert als boedelschuld. Of sprake is van verzuim, moet worden beoordeeld op basis van de arbeidsovereenkomst en de wettelijke regels over verzuim. Hoewel in een faillissement bijna altijd sprake is van een gebrek aan geldmiddelen, levert dat geen overmacht voor de failliete werkgever op. Dat een werknemer aanspraak kan maken op de betaling van dit loon tegenover het UWV, maakt dit ook niet anders. De failliete werkgever blijft verplicht om het loon tijdig te betalen.
Wettelijke verhoging
Naast de wettelijke rente, heeft een werknemer op grond van artikel 7:625 BW recht op een wettelijke verhoging als het loon niet uiterlijk op de derde werkdag na de dag waarop het loon had moeten worden betaald, is ontvangen en het niet betalen van het loon aan de werkgever is toe te rekenen. Ook in faillissement kan een werknemer aanspraak maken op deze wettelijke verhoging die kan oplopen tot maximaal 50% van het verschuldigde loon. Betalingsonmacht van de werkgever of de aanspraak op een betaling van het UWV, maakt dat volgens de Hoge Raad niet anders. Wel kan de rechter de wettelijke verhoging matigen. Ook deze wettelijke verhoging over te laat betaald loon na datum faillissement is een boedelschuld.
Geen opschorting
Belangrijk is dat de curator de loonbetaling en de betaling van de wettelijke verhoging niet mag opschorten met een beroep op de loongarantieregeling van het UWV. De curator weet immers aan wie het loon betaald moet worden, aldus de Hoge Raad.
Rangorde: verschil tussen rente en verhoging
De Hoge Raad maakt een belangrijk onderscheid in de rangorde van beide vorderingen. De wettelijke verhoging valt, net als het loon zelf, onder het loonvoorrecht van artikel 3:288 sub e BW en is daarmee een preferente boedelschuld. De wettelijke rente daarentegen valt niet onder dit voorrecht en is dus een concurrente boedelschuld.
Informatieplicht voor curatoren
De Hoge Raad geeft ten slotte een praktische aanwijzing voor curatoren. Hoewel er geen expliciete wettelijke plicht is om werknemers actief te informeren over hun aanspraken, kan een behoorlijke taakuitoefening meebrengen dat de curator werknemers wijst op hun eventuele recht op wettelijke rente en wettelijke verhoging. Dit geldt in het bijzonder als de curator weet of moet weten dat de werknemers hier zelf niet van op de hoogte zijn. Het is aan te bevelen dit op te nemen in de brief waarin de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd.
Conclusie
Met deze uitspraak bevestigt de Hoge Raad dat een faillissement geen uitzondering vormt op de regels van tijdige loonbetaling. Werknemers behouden hun recht op wettelijke rente en wettelijke verhoging als het loon te laat wordt betaald, ook wanneer zij aanspraak kunnen maken op de loongarantieregeling. Beide vorderingen, voor zover zij zien op te laat betaald loon na datum faillissement, kwalificeren als boedelschuld, waarbij de wettelijke verhoging een preferente en de wettelijke rente een concurrente boedelschuld is.