Uber case | Hof Amster­dam: indi­vi­du­e­le beoor­de­ling arbeids­re­la­tie nood­za­ke­lijk

Ondernemerschap doet er toe

Blog

Published 2 februari 2026 Reading time min Auteur Huub van Osch Labor & Employment

Hof Amster­dam heeft op 27 janu­a­ri 2026 uit­spraak gedaan in de pro­ce­du­re tus­sen de FNV en Uber, vol­gend op de pre­ju­di­ci­ë­le vra­gen die eer­der aan de Hoge Raad waren voor­ge­legd. Het hof oor­deelt dat de kwa­li­fi­ca­tie van de arbeids­re­la­tie per indi­vi­du­e­le chauf­feur moet wor­den beoor­deeld, omdat indi­vi­du­e­le omstan­dig­he­den door­slag­ge­vend kun­nen zijn. Er kan geen alge­meen oor­deel wor­den geveld over de kwa­li­fi­ca­tie van de arbeids­re­la­tie voor groe­pen wer­kers.

Het is moge­lijk dat twee wer­ken­den die het­zelf­de werk ver­rich­ten voor dezelf­de opdracht­ge­ver tóch een ver­schil­len­de kwa­li­fi­ca­tie van hun arbeids­re­la­tie heb­ben.

In deze con­cre­te zaak con­clu­deert het hof dat zes Uber‑chauffeurs geen arbeids­over­een­komst heb­ben met Uber, mede van­we­ge de ster­ke mate van onder­ne­mer­schap.

Ant­woor­den op pre­ju­di­ci­ë­le vra­gen door de Hoge Raad

Op 21 febru­a­ri 2025 heeft de Hoge Raad pre­ju­di­ci­ë­le vra­gen beant­woord over de bete­ke­nis van onder­ne­mer­schap bij de kwa­li­fi­ca­tie­vraag tus­sen Uber en haar chauf­feurs. Cen­traal stond of Uber‑chauffeurs — van wie in ieder geval een deel als onder­ne­mer kan wor­den aan­ge­merkt — kwa­li­fi­ce­ren als werk­ne­mers die onder de cao Taxi­ver­voer val­len. Uber stel­de dat deze chauf­feurs zelf­stan­di­gen zijn.

De Hoge Raad bouw­de met de beant­woor­ding van de pre­ju­di­ci­ë­le vra­gen voort op het Deli­veroo-arrest van 24 maart 2023, waar­in het toet­sings­ka­der voor de kwa­li­fi­ca­tie van de arbeids­over­een­komst is neer­ge­legd. Dit toet­sings­ka­der, dat ook door de Belas­ting­dienst in zijn voor­lich­tings­ma­te­ri­aal wordt gevolgd, ver­eist dat alle omstan­dig­he­den van het geval in onder­lin­ge samen­hang wor­den beoor­deeld. Er geldt geen hië­rar­chi­sche volg­or­de: fac­to­ren als gedrag, onder­ne­mer­schap, orga­ni­sa­to­ri­sche inbed­ding en belo­ning kun­nen gelijk­waar­dig mee­we­gen.

De Hoge Raad beves­tig­de daar­naast dat een vak­bond in het kader van hand­ha­ving van AVV‑cao’s een eigen col­lec­tie­ve beoor­de­ling mag uit­voe­ren. Deze lijn sluit aan bij de FNV/Kiem‑jurisprudentie van het Hof van Jus­ti­tie EU: schijn­zelf­stan­di­gen val­len onder de wer­kings­sfeer van cao’s.

Belang­rijk is ech­ter dat, wan­neer de werk­om­stan­dig­he­den tus­sen chauf­feurs te veel uit­een­lo­pen, een alge­me­ne kwa­li­fi­ca­tie niet haal­baar is en een indi­vi­du­e­le toet­sing nood­za­ke­lijk blijft.

Hof Amster­dam

Na de eer­de­re terug­ver­wij­zing oor­deelt Hof Amster­dam nu dat de betrok­ken chauf­feurs geen arbeids­over­een­komst heb­ben. Door­slag­ge­vend zijn fac­to­ren die wij­zen op onder­ne­mer­schap, zoals:

  • sub­stan­ti­ë­le inves­te­rin­gen (zoals de aan­schaf of lea­se van een auto)
  • vrij­heid om zelf werk­tij­den te bepa­len
  • stra­te­gi­sche keu­zes in het al dan niet accep­te­ren van rit­ten
  • vari­a­be­le ver­dien­sten geba­seerd op eigen stra­te­gie
  • het dra­gen van aan­spra­ke­lijk­heids- en arbeids­on­ge­schikt­heids­ri­si­co

Het hof bena­drukt dat het moge­lijk is dat ande­re chauf­feurs wél als werk­ne­mer kwa­li­fi­ce­ren, maar dat de beschik­ba­re gege­vens daar­voor onvol­doen­de waren. De uit­spraak van de recht­bank wordt ver­nie­tigd.

Voor de prak­tijk

Deze uit­spraak beves­tigt dat de kwa­li­fi­ca­tie van arbeids­re­la­ties niet gene­riek kan wor­den bena­derd. Werk­ge­vers en opdracht­ge­vers moe­ten reke­ning hou­den met de vol­gen­de aan­dachts­pun­ten.

Indi­vi­du­e­le beoor­de­ling

Ook bin­nen één groep wer­ken­den kan de uit­komst per per­soon ver­schil­len.

Weging van onder­ne­mer­schap

Inves­te­rin­gen, risico’s, zelf­stan­di­ge stra­te­gie en meer­de­re opdracht­ge­vers heb­ben zicht­baar gewicht.

Belang van een zorg­vul­dig dos­sier

Zowel opdracht­ge­vers als wer­ken­den moe­ten kun­nen aan­to­nen hoe de samen­wer­king fei­te­lijk wordt vorm­ge­ge­ven.

Rele­van­tie voor loon­hef­fin­gen en hand­ha­ving

De Belas­ting­dienst heeft zich aan­ge­slo­ten bij de Deliveroo‑criteria. Deze uit­spraak zal daar­om ver­moe­de­lijk ook rich­ting­ge­vend zijn in toe­zicht en hand­ha­ving rond­om schijn­zelf­stan­dig­heid en het toe­kom­sti­ge hand­ha­vings­be­leid.

Wilt u weten wat deze uit­spraak bete­kent voor uw orga­ni­sa­tie, uw wer­ken­den of uw (model)overeenkomsten?

Neem con­tact op met een van onze spe­ci­a­lis­ten van EY-PAS Antoi­ne Brons (fis­ca­list) of HVG Law Huub van Osch (arbeids­recht). Zij kun­nen van­uit de ver­schil­len­de exper­ti­ses fis­ca­li­teit en het arbeids­recht (civie­le-kader) de gevol­gen voor uw spe­ci­fie­ke situ­a­tie in kaart bren­gen en waar nodig assis­te­ren bij het vin­den van oplos­sin­gen op basis van best prac­ti­ces.

Lees hier de eerder geschreven blog over Uber case.