Wets­voor­stel tot wij­zi­ging van de tur­bo­li­qui­da­tie in behan­de­ling

Blog

Published 17 november 2022 Reading time min Auteur Robin de Wit Insolvency & Restructuring

Op 12 juli 2022 is het wets­voor­stel tij­de­lij­ke wet trans­pa­ran­tie tur­bo­li­qui­da­tie inge­diend bij de Twee­de Kamer. Dit wets­voor­stel heeft betrek­king op de ont­bin­ding van rechts­per­so­nen zon­der baten. De hui­di­ge rege­ling voor de ont­bin­ding van rechts­per­so­nen zon­der baten voor­ziet in een ver­sim­pel­de ver­ef­fe­nings­pro­ce­du­re, ook wel de tur­bo­li­qui­da­tie genoemd. De rechts­per­soon houdt dan van rechts­we­ge op te bestaan indien het op het moment van ont­bin­ding geen baten heeft, ter­wijl het dan nog wel schul­den kan heb­ben. Ver­ant­woor­ding over waar­om er geen baten (meer) zijn, hoeft niet te wor­den afge­legd en schuld­ei­sers hoe­ven niet te wor­den geïn­for­meerd over de ont­bin­ding. Dit werkt mis­bruik in de hand en leid­de tot de nodi­ge kri­tiek. Het wets­voor­stel poogt hier ver­an­de­ring in te bren­gen, o.a. door meer trans­pa­ran­tie te intro­du­ce­ren. Wat ver­an­dert er con­creet:

Bij een ont­bin­ding van een rechts­per­soon zon­der baten dient het bestuur bin­nen 14 dagen na ont­bin­ding de vol­gen­de stuk­ken te depo­ne­ren:

  • een balans en een staat van baten en las­ten over het boek­jaar waar­in de rechts­per­soon is ont­bon­den en het voor­gaan­de boek­jaar als er op het moment van ont­bin­ding over dat jaar nog geen jaar­re­ke­ning open­baar is gemaakt.
  • een beschrij­ving van (i) de oor­zaak van het ont­bre­ken van baten, (ii) indien aan de orde, de wij­ze waar­op de baten van de rechts­per­soon te gel­de zijn gemaakt en de opbreng­sten zijn ver­deeld en (iii) indien aan de orde, de rede­nen waar­om een schuld­ei­ser of schuld­ei­sers geheel of gedeel­te­lijk onbe­taald zijn geble­ven;
  • de jaar­re­ke­nin­gen van de boek­ja­ren voor­af­gaand aan het boek­jaar waar­in de rechts­per­soon is ont­bon­den.

Direct na depo­ne­ring van voor­noem­de stuk­ken dient het bestuur de schuld­ei­sers over deze depo­ne­ring te infor­me­ren.

Voor­noem­de infor­ma­tie stelt schuld­ei­sers in staat om in geval van bena­de­ling te age­ren tegen de tur­bo­li­qui­da­tie. Schuld­ei­sers kun­nen dan (i) her­o­pe­ning van de ver­ef­fe­ning ver­zoe­ken; (ii) het bestuur aan­spra­ke­lijk stel­len of (iii) het fail­lis­se­ment aan­vra­gen.

Aan de ande­re kant blijft de moge­lijk­heid bestaan voor onder­ne­mers om op betrek­ke­lijk een­vou­di­ge wij­ze na beëin­di­ging van de bedrijfs­ac­ti­vi­tei­ten, de ven­noot­schap te ont­bin­den. Ver­eist is wel dat de bedrijfs­ac­ti­vi­tei­ten op de juis­te wij­ze wor­den beëin­digd en het nog aan­we­zi­ge actief op de juis­te wij­ze wordt ver­deeld onder de schuld­ei­sers.

Indien het bestuur niet aan de depo­ne­rings­ver­plich­tin­gen vol­doet, of han­de­lin­gen heeft ver­richt of nage­la­ten waar­door schuld­ei­sers zijn bena­deeld, dan kan een bestuurs­ver­bod aan de betrok­ken bestuur­ders wor­den opge­legd. Ook kwa­li­fi­ceert dit als een eco­no­misch delict als gevolg waar­van aan de betrok­ken bestuur­ders een boe­te kan wor­den opge­legd.

Het wets­voor­stel wij­zigt de regu­lie­re ont­bin­dings­pro­ce­du­re niet. De regu­lie­re ont­bin­dings­pro­ce­du­re ver­eist o.a. dat indien er meer schul­den dan baten zijn op het moment van ont­bin­ding, dat de ver­ef­fe­naar dan fail­lis­se­ment aan­vraagt. Dit heeft in de prak­tijk geleid tot een werk­wij­ze waar­bij een fei­te­lij­ke ver­ef­fe­ning van de acti­vi­tei­ten, baten en las­ten voor­af­gaand aan de ont­bin­ding plaats­vindt om ver­vol­gens met een tur­bo­li­qui­da­tie de rechts­per­soon te ont­bin­den. Ook na inwer­king­tre­ding van het wets­voor­stel blijft dit moge­lijk.

Bij beëin­di­ging van de bedrijfs­ac­ti­vi­tei­ten en ont­bin­ding van de rechts­per­soon zal steeds de juis­te wij­ze en pro­ce­du­re moe­ten wor­den geko­zen en gevolgd om aan­spra­ke­lijk­he­den te voor­ko­men.