COVID-19: aan­vraag bij­zon­der uit­stel van beta­ling geldt niet als mel­ding beta­lings­on­macht

News

Let op, een aan­vraag bij­zon­der uit­stel van beta­ling voor belas­tin­gen i.v.m. het Coronavirus geldt niet auto­ma­tisch als een mel­ding beta­lings­on­macht. Voorkom bestuur­ders­aan­spra­ke­lijk­heid.

Bent u onder­ne­mer en kunt u uw belas­ting­schul­den niet meer vol­doen door de gevol­gen van het Coronavirus? U kunt, nadat u aan­gif­te heeft gedaan en een aan­slag heeft ont­van­gen, de Belastingdienst vra­gen om bij­zon­der uit­stel van beta­ling. Dit kan voor alle aan­sla­gen inkom­sten­be­las­ting, ven­noot­schaps­be­las­ting, omzet­be­las­ting en loon­hef­fin­gen. U kunt dit doen door mid­del van het stu­ren van een brief aan de Belastingdienst waar­in u uit­legt hoe uw onder­ne­ming door de uit­braak van het Coronavirus in de beta­lings­pro­ble­men is geko­men.

 

Nadat het ver­zoek is ont­van­gen stopt de Belastingdienst met invor­de­rings­maat­re­ge­len en wordt er auto­ma­tisch drie maan­den uit­stel van beta­ling ver­leend. Voor beta­lings­uit­stel van de eer­ste drie maan­den is geen ver­kla­ring van een der­de des­kun­di­ge (bij­voor­beeld een accoun­tant of bran­che­or­ga­ni­sa­tie) ver­eist. Er kan ook voor een lan­ge­re ter­mijn uit­stel van beta­ling wor­den aan­ge­vraagd. De Belastingdienst zal dan vra­gen om aan­vul­len­de infor­ma­tie aan te leve­ren (even­tu­eel een ver­kla­ring van een der­de des­kun­di­ge).

 

De vraag rijst of een der­ge­lij­ke aan­vraag bij­zon­der uit­stel van beta­ling auto­ma­tisch geldt als een mel­ding beta­lings­on­macht in de zin van arti­kel 36 van de Invorderingswet 1990. Navraag bij de Belastingdienst leert dat dit niet het geval is. Indien uw onder­ne­ming ven­noot­schaps­be­las­ting­plich­tig is en uw onder­ne­ming niet meer in staat is om belas­tin­gen en/of (pensioen)premies te vol­doen, dan doet u er als bestuur ver­stan­dig aan om dit apart te mel­den bij de Belastingdienst en/of het bedrijfs­pen­si­oen­fonds. De mel­ding moet bin­nen twee weken wor­den gedaan nadat de belas­tin­gen of pre­mies betaald had­den moe­ten wor­den. Bij niet tij­di­ge mel­ding wordt ver­moed dat er spra­ke is van ken­ne­lijk onbe­hoor­lijk bestuur en kan de Belastingdienst het bestuur hoof­de­lijk aan­spra­ke­lijk stel­len voor het niet beta­len van de belas­tin­gen en pre­mies.

 

Een in de prak­tijk veel­ge­hoor­de mis­vat­ting is dat door de mel­ding beta­lings­on­macht de belas­ting­schul­den en/of pre­mies niet lan­ger ver­schul­digd zijn. Dit is ech­ter niet juist. De mel­ding zorgt er niet voor dat uw belas­ting­schul­den wor­den kwijt­ge­schol­den. De mel­ding beta­lings­on­macht is alleen van toe­pas­sing ten aan­zien van belas­tin­gen waar­voor de bestuur­der door de Belastingdienst aan­spra­ke­lijk kan wor­den gesteld (zoals loon­be­las­ting en omzet­be­las­ting). Vennootschapsbelasting valt hier niet onder en hier­voor hoeft u dus geen mel­ding te doen. De mel­ding beta­lings­on­macht dient door mid­del van het ver­stu­ren van een spe­ci­aal daar­toe bestemd formulier te wor­den gedaan.

 

Voor con­cre­te advies­pun­ten met betrek­king tot de tij­de­lij­ke ver­la­ging invor­de­rings- en belas­tingren­te en meer infor­ma­tie over de aan­vraag bij­zon­der uit­stel van beta­ling zie deze Tax Alert van de spe­ci­a­lis­ten van EY Tax.