Vanaf 2020 ook een gedrags­co­de voor genees­mid­de­len­be­drij­ven

Eerste exemplaar uitgereikt aan minister Medische Zorg en Sport

News

Op vrij­dag 24 janu­a­ri 2020 pre­sen­teer­de de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (“VIG”) een maat­schap­pe­lij­ke Code voor genees­mid­de­len­be­drij­ven in Nederland (de “Code”). Bij de uit­rei­king van het eer­ste exem­plaar aan de minis­ter voor Medische Zorg en Sport, Bruno Bruins, maak­te hij met­een van de gele­gen­heid gebruik om kritiek te uiten. De Code kent name­lijk geen bepa­lin­gen over de prij­zen van genees­mid­de­len en die horen er vol­gens de minis­ter wel in thuis.

 

Maar wat is er wel opge­no­men in de Code?
De Code geeft mede invul­ling aan de nor­men van de List of Guiding Principles en Promoting Good Governance in the Pharmaceutical Sector die onder ande­re gaan over ver­ant­woord gedrag, trans­pa­ran­tie van finan­ci­ë­le rela­ties, infor­ma­tie­voor­zie­ning, recla­me en gunst­be­toon. De Code valt uit­een in ver­schil­len­de kern­waar­den die uit­ge­werkt wor­den in klei­ne­re sub thema’s. De kern­waar­den zijn:

  • inte­gri­teit
  • trans­pa­ran­tie
  • maat­schap­pe­lij­ke ver­ant­woor­de­lijk­heid
  • kwa­li­teit

 

De Code is een leden­bin­dend besluit waar­aan de leden zich tegen­over de VIG (door mid­del van een ver­kla­ring en zelf­e­va­lu­a­tie) con­for­me­ren en geldt van­af 1 janu­a­ri 2020. De Code heeft vol­gens haar opstel­lers expli­ciet geen exter­ne wer­king waar der­den een beroep kun­nen doen. Het is aan de leden zelf om zich te ver­ant­woor­den (vol­gens het “pas toe of leg uit” prin­ci­pe).

Het is ons inziens maar zeer de vraag of deze exter­ne wer­king inder­daad totaal ont­breekt. Er zijn voor­beel­den uit de juris­pru­den­tie die zelf­re­gu­le­ring een zelf­stan­di­ge juri­di­sche sta­tus geven, bij­voor­beeld door ze te kwa­li­fi­ce­ren als gewoon­te­recht in de zin van art. 6:248 BW.

 

Daarnaast speelt zelf­re­gu­le­ring ook een gro­te rol bij de invul­ling van zorg­vul­dig­heids­nor­men en zorg­plich­ten in het aan­spra­ke­lijk­heids­recht. Een recen­te uit­spraak van de Rechtbank Noord-Nederland illu­streert dit. Daarin wordt het feit dat de gedaag­de ver­klaar­de zich te hou­den aan de pri­va­te Good Manufacturing Practices (“GMP”), een kwa­li­teits­bor­gings­sys­teem voor onder ande­re de far­ma­ceu­ti­sche indu­strie, als refe­ren­tie­punt voor de te han­te­ren zorg­vul­dig­heids­norm gebruikt.

De recht­bank over­weegt: “De GMP rege­ling bevat wel­is­waar geen wet­te­lij­ke voor­schrif­ten, maar heeft als een door de bran­che tot stand gebracht en in de bran­che gel­dend sys­teem van zelf­re­gu­le­ring niet­te­min bete­ke­nis. Zij kan immers, zoals hier gebeurt, bij de invul­ling van de [..] gel­den­de nor­men voor zorg­vul­dig han­de­len als refe­ren­tie­punt wor­den gebruikt.” Gedragscodes, zoals bij­voor­beeld ook de gover­nan­ce code zorg, zijn op deze manier dus ook door der­den in te roe­pen.

 

Farmaceuten die­nen zich dus te rea­li­se­ren dat van vol­le­di­ge vrij­blij­vend­heid geen spra­ke is. Als zij zorg­vul­dig­heids­nor­men uit de Code over­tre­den, kun­nen deze wel dege­lijk een rol gaan spe­len in daar­uit voort vloei­en­de aan­spra­ke­lijk­heids­za­ken.